Naar de inhoud
DigitaalTrainen

Basis5 minuten lezenBijgewerkt 21 september 2026

Leerdoelen formuleren die je online kunt toetsen

Kort antwoord

Een toetsbaar leerdoel beschrijft wat de deelnemer doet, in welke situatie en wanneer het goed genoeg is. Werkwoorden als 'begrijpen' en 'inzicht krijgen' kun je niet waarnemen en dus niet toetsen. Formuleer het doel eerst en bedenk direct daarna hoe je het online controleert.

Op deze pagina
  1. Wat een toetsbaar leerdoel bevat
  2. Kies werkwoorden die je kunt zien
  3. Koppel elk doel meteen aan een controle
  4. Schrijf doelen per les, niet alleen per training
  5. Stel de norm vast voordat je toetst
  6. Controleer je doelen met deze lijst

In veel draaiboeken van trainingsbureaus staan de leerdoelen bovenaan de eerste pagina en daarna nergens meer. Ze zijn geschreven voor de offerte, niet voor het ontwerp. "Na afloop heeft de deelnemer inzicht in de principes van timemanagement" leest prima in een brochure. Maar wie een online training bouwt, moet ergens vastleggen wanneer een deelnemer verder mag of wanneer hij een bewijs van deelname krijgt. Daarvoor zijn doelen nodig die je kunt controleren.

Wat een toetsbaar leerdoel bevat

Een leerdoel dat je online kunt toetsen heeft drie onderdelen:

  1. Een waarneembare handeling. Wat doet de deelnemer? Iets wat je kunt zien, lezen of nakijken.
  2. De situatie. Onder welke omstandigheden of met welk materiaal?
  3. De norm. Wanneer is het goed genoeg?

Een voorbeeld: "De deelnemer stelt voor een eigen project een weekplanning op met de vier prioriteitscategorieën, waarbij elke taak een categorie en een deadline heeft." Daar zit alles in. Je weet wat je moet nakijken en je weet wanneer het voldoende is.

Vergelijk dat met "de deelnemer begrijpt hoe je prioriteiten stelt". Hoe zie je dat iemand iets begrijpt? Je kunt het alleen afleiden uit iets wat hij doet. Schrijf dan dat doen op.

Kies werkwoorden die je kunt zien

De keuze van het werkwoord bepaalt of een doel toetsbaar is. Een bruikbare indeling in drie niveaus:

NiveauBruikbare werkwoordenOnline te toetsen met
Kennen en herkennenbenoemen, herkennen, indelen, in volgorde zettenSituatievragen, sorteren, koppelen
Toepassenberekenen, opstellen, invullen, kiezen en onderbouwenOpdracht met eigen materiaal, uitgewerkt voorbeeld nabouwen
Beoordelen en uitvoerenbeoordelen, verbeteren, voeren, presenterenOpname met kijkwijzer, live oefening met beoordelaar

Werkwoorden die je beter vermijdt: begrijpen, kennen, inzicht hebben, bewust zijn, vertrouwd raken met. Ze beschrijven iets wat in het hoofd van de deelnemer gebeurt. Dat is precies wat je wilt bereiken, maar je kunt het niet controleren zonder het te vertalen naar een handeling.

Koppel elk doel meteen aan een controle

Schrijf naast elk leerdoel direct op hoe je het online controleert. Dat dwingt je om scherp te formuleren. Merk je dat je geen controle kunt bedenken, dan is het doel te vaag of hoort het in een live moment thuis.

Een uitgewerkt voorbeeld voor een training over klantgesprekken (verzonnen):

  • Doel: de deelnemer deelt tien klantuitspraken in bij de juiste behoefte (informatie, erkenning, oplossing), minstens acht goed.

Controle: sorteeroefening met automatische terugkoppeling.

  • Doel: de deelnemer kiest bij vijf beschreven situaties de passende reactie en licht in één zin toe waarom.

Controle: situatievragen, toelichting wordt steekproefsgewijs bekeken door de trainer.

  • Doel: de deelnemer voert een gesprek van tien minuten met een lastige klant en past de drie stappen toe.

Controle: opname in een live sessie, beoordeeld met een kijkwijzer van vijf punten.

Het derde doel toets je niet in zelfstudie. Dat is geen tekortkoming van de online training maar een ontwerpkeuze. De leerlijn bepaalt waar die stap plaatsvindt.

Veelgemaakte fout: leerdoelen schrijven die alleen de onderwerpen van de training herhalen. "De deelnemer kent het verschil tussen feedback en kritiek" is een onderwerp met een werkwoord ervoor. Het gevolg is een toets met vragen als "wat is het verschil tussen feedback en kritiek?", die alleen meet of iemand een definitie kan navertellen. Of hij in zijn werk feedback kan geven, weet je dan nog steeds niet.

Schrijf doelen per les, niet alleen per training

De leerdoelen in een offerte gaan over de hele training. Voor het ontwerp heb je ook doelen per les nodig. Een einddoel als "de deelnemer voert een klachtgesprek volgens de drie stappen" is te groot om in één les te controleren. Splits het in de tussenstappen die de deelnemer moet kunnen voordat hij het gesprek voert: de stappen herkennen, een erkenning formuleren, een gesprek voorbereiden.

Elke les krijgt zo één klein doel met één controle. Dat heeft twee voordelen. De deelnemer weet bij elke les waar hij naartoe werkt. Je bureau ziet precies bij welk tussendoel deelnemers vastlopen. Blijkt uit de resultaten dat een groot deel van de groep bij dezelfde les zakt, dan weet je waar je de uitleg of de opdracht moet verbeteren. Met alleen een einddoel zie je dat pas aan het eind. Dan weet je niet waar het misging.

Stel de norm vast voordat je toetst

Het derde onderdeel, de norm, wordt vaak vergeten. Toch bepaalt die of je toets iets zegt. Leg per doel vast:

  • Hoeveel moet goed zijn om verder te mogen?
  • Mag de deelnemer het opnieuw proberen? Zo ja, hoe vaak?
  • Wie beoordeelt, als het niet automatisch kan?
  • Wat gebeurt er met een deelnemer die de norm niet haalt?

Die laatste vraag is belangrijk bij in-company trajecten. Een opdrachtgever wil weten wat de training oplevert. Als je kunt laten zien welk deel van de groep welke doelen heeft gehaald, heb je een gesprek over resultaat in plaats van over aanwezigheid. Hoe je dat vertaalt naar een rapportage, staat in rapportage voor opdrachtgevers.

Controleer je doelen met deze lijst

Voordat je materiaal gaat maken, loop je elk leerdoel na:

  • Begint het met een werkwoord dat je kunt waarnemen?
  • Staat erin met welk materiaal of in welke situatie?
  • Is duidelijk wanneer het goed genoeg is?
  • Staat ernaast hoe je het controleert en wie dat doet?
  • Weet een collega die de training niet kent wat hij moet nakijken?
  • Draagt het doel bij aan het eindgedrag waarvoor de opdrachtgever betaalt?

Doelen die hier niet doorheen komen, herschrijf je of schrap je. Een kortere lijst met doelen die je echt toetst is waardevoller dan een lange lijst voor de brochure. De leerdoelen vormen ook de basis voor de toetsen en certificaten die je later uitreikt, zie online toetsen en certificaten uitreiken.

Vragen die vaak terugkomen

Welke werkwoorden zijn geschikt voor een leerdoel?

Werkwoorden die je kunt waarnemen: benoemen, indelen, berekenen, opstellen, kiezen en onderbouwen, beoordelen, uitvoeren. Vermijd begrijpen, kennen, inzicht hebben en bewust zijn, omdat je die niet kunt zien.

Hoeveel leerdoelen heeft een online training?

Zoveel als je zinvol kunt toetsen. Een training met veel leerdoelen die niemand controleert is een inhoudsopgave. Liever minder doelen die je echt toetst.

Kun je vaardigheden online toetsen?

Deels. Een beslissing, een berekening of een document kun je online beoordelen. Voor gespreksvaardigheden heb je een opname of een live moment met een beoordelaar nodig.