Vier werkvormen naast elkaar
Klassikaal, virtueel klassikaal, zelfstudie en blended vergeleken op wat ze kosten om te maken, wat ze per uitvoering kosten, wat ze opleveren en waar ze voor deugen.
Bijna elk gesprek over digitaliseren gaat over vier vormen, ook als niemand ze zo noemt. Ze verschillen op drie punten die er voor een bureau toe doen: wat je vooraf investeert, wat elke uitvoering kost en wat je opdrachtgever ervan merkt.
De tabel hieronder zet ze naast elkaar. Twee dingen om in gedachten te houden bij het lezen.
De vormen sluiten elkaar niet uit. Bijna elk programma dat werkt is een mengsel, waarbij per blok een andere vorm is gekozen. Welk blok welke vorm krijgt bepaal je met de ombouwscan.
En de vergelijking gaat over kosten en geschiktheid, niet over kwaliteit. Er is geen vorm die per definitie beter leert. Er zijn wel vormen die niet passen bij wat je in dat blok wilde bereiken. Dat is de fout die het duurst uitpakt. Waar die grens ligt staat in wat je beter in de zaal houdt.
Vier werkvormen naast elkaar
| Klassikaal in de zaal | Virtueel klassikaal | Zelfstudie, opgenomen | Blended | |
|---|---|---|---|---|
| Wat het is | Trainer en groep in één ruimte, een dagdeel of langer. | Trainer en groep tegelijk online, in kortere blokken van anderhalf tot twee uur. | Opgenomen lessen, opdrachten en toetsen die de deelnemer zelf doorloopt. | Een programma waarin online voorbereiding en zaalmomenten elkaar afwisselen. |
| Kosten om te maken | Laag als het draaiboek er al ligt. Je hergebruikt wat je hebt. | Middel. Je herschrijft het draaiboek naar kortere blokken en maakt digitale werkvormen. | Hoog. Ontwerp, script, opname, montage, opdrachten, toetsing en nazorg in het platform. | Hoog tot zeer hoog, want je maakt het online deel én je herontwerpt de zaaldag eromheen. |
| Kosten per uitvoering | Trainersdag, zaalhuur, catering, reistijd en materiaal per groep. | Trainersuren en licentie voor de vergaderomgeving. Geen zaal, geen reistijd, geen catering. | Vrijwel nul per extra deelnemer, afgezien van platformkosten en beoordelingstijd. | De zaalmomenten kosten wat ze kosten, het online deel nauwelijks iets extra. |
| Wat je trainer erin stopt | Een hele dag aanwezigheid, plus voorbereiding en reistijd. | Kortere blokken, maar intensiever. Twee uur online sturen vermoeit meer dan twee uur in de zaal. | Vooraf veel: schrijven en opnemen. Daarna beoordelen, vragen beantwoorden en actueel houden. | Ontwerpwerk vooraf, daarna begeleiding op twee sporen tegelijk. |
| Waar het voor deugt | Oefenen dat schuurt, gesprekken die je niet kunt regisseren, apparatuur en handelingen. | Kennisdeling met interactie, korte verdieping, teams die verspreid zitten. | Uitleg die vastligt, herhaalbare kennis, grote aantallen, mensen die zelf hun moment kiezen. | Programma's over meerdere weken waarin deelnemers iets in hun eigen werk moeten toepassen. |
| Waar het misgaat | Volle agenda's, uitval van een trainer en groepen die niet vol raken. | Zaaldraaiboek onveranderd overzetten. Dan zit iedereen drie uur naar dia's te kijken. | Deelnemers die halverwege stoppen en niemand die het merkt. | De overgang tussen online en zaal. Als het voorwerk niet af is, staat de trainer weer uit te leggen. |
| Wat de opdrachtgever merkt | Mensen zijn een dag weg van hun werk. Dat is zichtbaar in de planning. | Minder verlet, maar deelnemers die tussendoor hun mail lezen. | Een prijs per deelnemer en de vraag om voortgangsrapportage. | Een langere doorlooptijd en de vraag wie de deelnemers achter de broek zit. |
| Prijs in je offerte | Per dag of dagdeel, met een maximum aantal deelnemers. | Per blok, meestal lager dan een dagdeel in de zaal. | Per deelnemer, of als staffel met een afnamegarantie. | Als traject met een vaste prijs per groep, met het online deel apart benoemd. |
Schuif de tabel opzij om alle vier de kolommen te zien
Deze indeling is een hulpmiddel om het gesprek te ordenen, geen norm. De meeste bureaus komen uit op een mengvorm, waarbij per training een ander deel online staat. Wil je het per blok uitzoeken, gebruik dan de ombouwscan.