Digitaal Trainen / De afweging
Wat je beter in de zaal houdt
Niet elk blok wint bij digitalisering. Vier soorten onderdelen waarbij online omzetten meer kost dan het oplevert en hoe je dat onderbouwt.

Het meeste dat over digitaliseren wordt geschreven gaat over wat er kan. Voor een bureau met een lopend portfolio is de andere lijst minstens zo belangrijk: wat je met rust laat. Niet uit voorzichtigheid, maar omdat de omzetting daar duurder is dan de opbrengst.
Blokken waarin mensen iets moeten voelen
Er zijn onderdelen waarin het ongemak zelf de leerstof is. Een gesprek voeren met een boze klant, slecht nieuws brengen, ingrijpen bij een collega die over de schreef gaat. Wat daar werkt is dat iemand het onder ogen van anderen doet en dat het schuurt.
Dat kan online ook, maar in een verdunde vorm. De deelnemer zit thuis, kan zijn camera uitzetten, kan zeggen dat de verbinding hapert. De sociale druk die maakt dat hij het toch probeert valt weg. Je kunt dat opvangen met kleinere groepen en meer begeleiding, alleen kost dat precies zoveel dat het voordeel verdwijnt.
Praktisch: als je in het draaiboek bij een blok woorden ziet staan als confronteren, spiegelen, doorleven of ervaren, zet er dan een streep bij. Niet als verbod, wel als waarschuwing dat je hier meer investeert dan je terugkrijgt.
Blokken met apparatuur, materiaal of een opstelling
Techniek, zorg, bouw, logistiek, horeca: overal waar deelnemers iets met hun handen doen zit een grens. Uitleg over een machine kan online. De machine zelf niet. Bij scholing die met veilig werken te maken heeft speelt bovendien mee dat artikel 8 van de Arbeidsomstandighedenwet de werkgever verplicht tot doeltreffend onderricht dat is aangepast aan de taken van de werknemer, met toezicht op de naleving daarvan (geraadpleegd september 2026). Dat is lastiger hard te maken met een video dan met een oefening onder toezicht. Je kunt de kennis eromheen naar voren halen, zodat de tijd op locatie helemaal naar het handwerk gaat. Dat is meestal de winst die er te halen valt.
Wat je daar wél kunt doen is de volgorde omdraaien. De theorie die traditioneel de eerste ochtend vulde gaat vooraf online. De dag op locatie begint meteen bij de opstelling. De opdrachtgever ziet daardoor een kortere aanwezigheid op zijn werkvloer, wat vaak zwaarder weegt dan de prijs. Dat is de blended vorm uit de vergelijking van werkvormen.
Blokken die per opdrachtgever anders zijn
Veel bureaus verkopen maatwerk zonder dat zo te noemen. Het programma heet hetzelfde, maar bij de ene klant gaat het over fusies en bij de andere over roosterproblemen. De casussen worden per opdracht opgehaald, soms in de week voor de training.
Zo'n blok kun je niet opnemen. Als je het toch doet, krijg je materiaal dat bij elke klant voor de helft niet klopt en dat je trainers alsnog live moeten repareren. Dan heb je de kosten van opnemen gemaakt en de opbrengst niet.
De uitweg is een blok in twee lagen: een vast deel dat je opneemt en een variabel deel dat live blijft. Het vaste deel is meestal kleiner dan je denkt. Ga je die splitsing maken, reken hem dan door zoals beschreven in terugverdienen per uitvoering, want de opname wordt goedkoper naarmate er minder in staat.
Blokken die je maar een paar keer per jaar draait
Dit is de saaiste reden en de meest voorkomende. Een blok is prima geschikt, alleen draai je het drie keer per jaar. Zet daar de ombouwkosten tegenover en je bent klaar met het gesprek.
Wat helpt is om per training bij te houden hoe vaak hij het afgelopen jaar is uitgevoerd en met hoeveel deelnemers. Die twee getallen staan meestal wel ergens in je planning of facturatie. Zet ze naast je lijst van kandidaten en de helft valt vanzelf af.
Hoe je dit onderbouwt zonder remmer te lijken
Het risico van deze lijst is dat je hem gebruikt om alles bij het oude te laten. Dan ben je het bureau dat achterloopt. Drie manieren om dat te voorkomen.
- Zet er altijd een alternatief naast. Niet "dit blok kan niet online", maar "dit blok blijft in de zaal en we halen de voorbereiding eruit, waardoor de dag een dagdeel korter wordt".
- Maak de afweging zichtbaar per blok, met de scores erbij. De ombouwscan levert een uitdraai die je in een overleg kunt leggen. Een oordeel zonder onderbouwing is een mening, een score met zes antwoorden eronder is een voorstel.
- Wees expliciet over wat je wél doet. Een lijst met vier blokken die blijven en zes die veranderen leest heel anders dan een lijst met vier blokken die blijven.
De omgekeerde fout
Er is ook een fout in de andere richting. Die kom je bij bureaus net zo vaak tegen. Een blok blijft klassikaal omdat het altijd klassikaal was. Niemand heeft het ooit tegen het licht gehouden. Meestal is dat het openingsblok: kennismaken, verwachtingen ophalen, programma doornemen. Dat kost anderhalf uur zaaltijd en het is grotendeels overdracht.
Loop je hele portfolio daarom in één keer langs met dezelfde zes vragen, ook de blokken waarvan je zeker weet dat ze blijven. Het gaat sneller dan je denkt en het levert altijd twee of drie verrassingen op. Hoe je die exercitie opzet staat in welk deel van je aanbod zich leent voor digitaal.
Verder lezen
-
01
Welk deel van je aanbod leent zich voor digitaal
De vraag of een training online kan is te grof gesteld. Beoordeel per blok, niet per training en gebruik zes punten die je in een halfuur langsloopt.
-
02
Je trainers meekrijgen als ze het als bedreiging zien
Trainers rekenen bij digitalisering hun eigen agenda uit. Wat je daar tegenover zet, welke fouten dit gesprek verpesten en waar het echt over gaat.
-
03
Wat kost het om een training om te bouwen
De kostenposten die bij een ombouw langskomen, welke daarvan verborgen zitten in uren van je eigen mensen en waarom de eerste training altijd duurder uitvalt.