Naar de inhoud

Digitaal Trainen / De afweging

Welk deel van je aanbod leent zich voor digitaal

De vraag of een training online kan is te grof gesteld. Beoordeel per blok, niet per training en gebruik zes punten die je in een halfuur langsloopt.

4 september 20264 minuten lezen831 woorden

Ergens in het afgelopen jaar heeft een opdrachtgever het gevraagd. Of die tweedaagse ook online kan. Of jullie iets hebben zonder reistijd. Of er een variant is voor de vestiging in Polen. En intern is dezelfde vraag gesteld, alleen dan als opdracht: kijk eens wat we kunnen digitaliseren.

Het antwoord op die vraag is bijna nooit ja of nee. Het is deels. En het lastige is dat je pas iets zinnigs kunt zeggen als je de vraag kleiner maakt.

De vraag is te grof gesteld

Een training is geen blok. Het is een reeks van blokken die elk een ander doel hebben. Een dag over leidinggeven bevat een stuk theorie over gespreksmodellen, een stuk waarin mensen hun eigen situatie inbrengen, een oefening met een acteur en een afsluiting met afspraken. Die vier delen hebben niets met elkaar gemeen behalve dat ze op dezelfde dag zitten.

Als je vraagt of die training online kan, meng je vier antwoorden door elkaar. Het theorieblok kan morgen online. De oefening met de acteur kan dat niet zonder er iets fundamenteels uit te slopen. Als je op trainingsniveau beslist, verlies je of het ene of het andere.

Daarom is de eenheid waarop je beslist het blok, niet de training. In de praktijk betekent dat: pak het draaiboek erbij, schrijf de blokken onder elkaar met de tijden erachter en beoordeel ze stuk voor stuk.

Zes punten waarop je een blok beoordeelt

Deze zes vragen zijn genoeg om een blok te plaatsen. Ze zijn niet wetenschappelijk, ze zijn bruikbaar.

  • Wat gebeurt hier eigenlijk? Kennis overdragen, oefenen met feedback of iets laten ervaren. Overdracht is het makkelijkst los te weken.
  • Hoeveel reactie op de groep is nodig? Als de trainer doorlopend de route bijstelt, zit de waarde in die bijsturing en niet in de inhoud.
  • Wat is er fysiek nodig? Een blok met machines, materialen of een opstelling op locatie blijft waar het is.
  • Hoe vaak verandert de inhoud? Wat per opdrachtgever anders is, kun je niet één keer opnemen en jaren laten staan.
  • Hoe vaak draai je het? Een blok dat je twintig keer per jaar geeft verdient ombouw terug. Een blok dat je twee keer geeft niet.
  • Wat gebeurt er als iemand afhaakt? Kan hij het zelf inhalen, of loopt de rest van de groep vast?

De ombouwscan op deze site loopt precies deze zes punten langs en telt de uitkomst bij elkaar op, zodat je per blok een advies krijgt dat je kunt afdrukken.

Wat er meestal uitkomt

Bij de meeste bureaus die dit voor het eerst doen valt een trainingsdag ongeveer zo uiteen. Het openingsblok, het kader en de theorie kunnen als zelfstudie. Het toepassingsblok kan live online, mits je het in kortere stukken knipt. De oefening blijft in de zaal. De afsluiting wordt korter dan hij was, want de helft van wat daar gebeurde was herhaling van de theorie.

Wat overblijft is geen online training en ook geen zaaltraining, maar een programma waarin allebei zit. Dat is niet de uitkomst waar de directie op hoopte, want die had één knop willen omzetten. Het is wel de uitkomst die stand houdt.

Begin bij het blok dat het vaakst draait

Als je uit de scan een lijst met kandidaten krijgt, is de verleiding om te beginnen bij het blok dat het leukst is om te maken. Doe dat niet. Begin bij het blok dat in je hele portfolio het vaakst terugkomt.

Bij veel bureaus is dat een introductieblok dat in vijf verschillende trainingen zit, of een stuk wetgeving dat overal langskomt. Dat blok bouw je één keer om en gebruik je daarna in al die trainingen. De rekensom die daaronder ligt staat in wat het kost om een training om te bouwen. De kern ervan is simpel: de investering is eenmalig, het aantal uitvoeringen bepaalt of het uitkomt.

Er is nog een tweede reden om daar te beginnen. Zo'n gedeeld blok is inhoudelijk saai en politiek licht. Niemand van je trainers is er emotioneel aan gehecht. Dat scheelt in het gesprek dat je daarna toch moet voeren, waarover meer in je trainers meekrijgen.

Wat je hiermee in het overleg doet

Leg de blokken op tafel, niet de conclusie. Als je binnenkomt met "we gaan module drie digitaliseren", krijg je een discussie over de beslissing. Als je binnenkomt met een lijst van twaalf blokken en per blok de zes antwoorden, krijg je een discussie over de blokken. Dat is een veel productiever gesprek, want je trainers weten beter dan jij wat er in blok zeven gebeurt.

Reken erop dat ze op minstens twee blokken gelijk hebben en jij ongelijk. Dat is precies de opbrengst van het gesprek. In wat je beter in de zaal houdt staat waar die correcties meestal zitten.

Kies daarna een vorm per blok. De vier vormen waaruit je kiest staan met kosten en valkuilen naast elkaar in de vergelijking van werkvormen.

Verder lezen

  1. 01

    Wat je beter in de zaal houdt

    Niet elk blok wint bij digitalisering. Vier soorten onderdelen waarbij online omzetten meer kost dan het oplevert en hoe je dat onderbouwt.

    De afweging 4 min lezen
  2. 02

    Je trainers meekrijgen als ze het als bedreiging zien

    Trainers rekenen bij digitalisering hun eigen agenda uit. Wat je daar tegenover zet, welke fouten dit gesprek verpesten en waar het echt over gaat.

    Je trainers 4 min lezen
  3. 03

    Wat kost het om een training om te bouwen

    De kostenposten die bij een ombouw langskomen, welke daarvan verborgen zitten in uren van je eigen mensen en waarom de eerste training altijd duurder uitvalt.

    Kosten en opbrengst 4 min lezen