Verdieping5 minuten lezenBijgewerkt 21 september 2026
Toegankelijke e-learning maken: waar let je op?
Kort antwoord
Toegankelijke e-learning is bruikbaar voor deelnemers met een visuele, auditieve of motorische beperking. De gangbare norm is WCAG op niveau AA. Of je wettelijk verplicht bent, hangt af van je klanten en je omvang, maar ondertiteling, voldoende contrast en bediening met het toetsenbord horen in elke training.
Op deze pagina
In een zaaltraining merkt een trainer het als een deelnemer slecht ziet of slecht hoort. Hij zet de deelnemer vooraan, vergroot een hand-out of herhaalt een vraag uit de groep. Online gebeurt die aanpassing niet vanzelf. Een video zonder ondertiteling, een schema als plaatje zonder uitleg of een quiz die alleen met de muis werkt, sluit deelnemers uit zonder dat iemand het ziet.
Toegankelijkheid is voor een trainingsbureau om twee redenen van belang. Er zijn regels die in sommige situaties gelden. En een opdrachtgever wil dat al zijn medewerkers de training kunnen volgen, ook de mensen met een beperking.
Welke regels gelden er
Er zijn twee kaders die een trainingsbureau raken. Ze gelden elk voor een andere situatie.
| Kader | Voor wie | Wat het vraagt |
|---|---|---|
| Besluit digitale toegankelijkheid overheid | Overheidsorganisaties voor hun eigen websites en apps | WCAG 2.1 op niveau A en AA |
| European Accessibility Act (richtlijn 2019/882) | Bedrijven die bepaalde producten en diensten aan consumenten leveren, sinds 28 juni 2025 | Toegankelijke producten en diensten, zoals webwinkels en e-boeken |
Het overheidsbesluit geldt niet voor je bureau zelf. Werk je voor een overheidsorganisatie, dan kan die in de opdracht wel eisen stellen aan de toegankelijkheid van wat je levert. Vraag daar bij een offerte naar in plaats van het achteraf te ontdekken.
De European Accessibility Act, in Nederland ook wel de Europese Toegankelijkheidsrichtlijn genoemd, gaat over producten en diensten voor consumenten. De voorbeelden in de uitleg van de overheid zijn onder meer webwinkels, online bankieren, e-readers en e-boeken. E-learning staat daar niet als eigen categorie. Micro-ondernemingen zijn volgens de Rijksoverheid uitgezonderd: bedrijven met minder dan 10 medewerkers en een jaaromzet van maximaal 2 miljoen euro.
Wat de richtlijn voor je bureau betekent
Voor de meeste trainingsbureaus komt de vraag neer op twee punten:
- Verkoop je aan consumenten of aan organisaties? Verkoop je vooral aan werkgevers en opdrachtgevers, dan is de richtlijn minder snel van toepassing. Verkoop je trainingen via een website rechtstreeks aan particulieren, dan kan die verkoopsite een e-handelsdienst zijn in de zin van de richtlijn.
- Ben je een micro-onderneming? Heeft je bureau minder dan 10 medewerkers en een jaaromzet van maximaal 2 miljoen euro, dan val je volgens de Rijksoverheid onder de uitzondering.
Past je bureau niet in de uitzondering en verkoop je online aan consumenten, laat dan toetsen welke delen van je website en academy onder de eisen vallen. Ondernemersplein van de KVK heeft een overzicht van de regels. Twijfel je, vraag dan advies. Deze pagina geeft geen oordeel over jouw situatie.
Los van de wet blijft staan: een training die een deel van de groep niet kan volgen, is een slechtere training. Daarom behandelt de rest van deze pagina toegankelijkheid als kwaliteitseis.
De norm: WCAG op niveau AA
De Web Content Accessibility Guidelines (WCAG) van het W3C zijn de internationale richtlijn voor toegankelijke webinhoud. Ze hebben drie niveaus: A, AA en AAA. Niveau AA is het gangbare doel en ook het niveau dat de Nederlandse overheid voor zichzelf hanteert.
De huidige versie is WCAG 2.2. Volgens het W3C voldoet inhoud die aan WCAG 2.2 voldoet ook aan 2.1 en 2.0. Wie nu een training bouwt, kan dus het best 2.2 als richtlijn nemen. Twee voorbeelden van eisen die direct op e-learning slaan: vooraf opgenomen video met geluid heeft ondertiteling (niveau A). Gewone tekst heeft een contrastverhouding van ten minste 4,5 op 1 met de achtergrond (niveau AA).
Controlelijst voor je trainingen
Het platform zorgt voor de omgeving: menu's, knoppen, het inlogscherm. Vraag de leverancier hoe het platform met toegankelijkheid omgaat, zie ook eisen aan een leerplatform. De inhoud die je bureau maakt, is je eigen verantwoordelijkheid. Loop per training deze punten na:
- Elke video met gesproken tekst heeft ondertiteling die klopt met wat er gezegd wordt.
- Informatie die alleen in beeld zit, wordt ook uitgesproken of beschreven.
- Afbeeldingen en schema's met inhoud hebben een beschrijving. Versiering niet.
- Tekst heeft voldoende contrast met de achtergrond, ook in afbeeldingen en dia's.
- Informatie hangt nooit alleen af van kleur, zoals "de rode antwoorden zijn fout".
- Koppen zijn echte koppen, zodat een schermlezer de structuur kan volgen.
- Linkteksten zeggen waar ze heen gaan, niet "klik hier".
- Downloads zijn doorzoekbare documenten met koppen, geen scans.
- Quizzen en opdrachten zijn met alleen het toetsenbord te doorlopen.
- Een tijdslimiet bij een toets is echt nodig, of is te verlengen.
Ondertiteling gaat het makkelijkst als je met een script werkt, zie video opnemen voor e-learning zonder studio.
Veelgemaakte fout: bestaande dia's als afbeelding in een les zetten. De tekst op de dia is dan voor een schermlezer onzichtbaar, valt niet te vergroten en is op een telefoon vaak onleesbaar. Zet de inhoud van een dia in gewone tekst op de pagina en gebruik de dia hooguit als illustratie. Hoe je dia's omzet, staat in bestaande dia's en werkboeken omzetten.
Bouw het in je werkwijze in
Toegankelijkheid achteraf toevoegen kost veel meer tijd dan het meteen goed doen. Neem de controlelijst op in je productieproces, net als spellingscontrole. Test elke nieuwe training minstens één keer met alleen het toetsenbord en bekijk hem op een telefoon met vergrote tekst. Doet een deelnemer een melding dat iets niet werkt, behandel die dan als een fout in de training en niet als een persoonlijk verzoek. Vraag bij de inschrijving of een deelnemer iets nodig heeft om de training te kunnen volgen. Dan hoor je het voordat hij vastloopt.
Vragen die vaak terugkomen
Geldt de European Accessibility Act voor mijn e-learning?
De richtlijn geldt sinds 28 juni 2025 voor een reeks producten en diensten aan consumenten, zoals webwinkels en e-boeken. E-learning staat in de overheidsuitleg niet als eigen categorie genoemd. Verkoop je online aan consumenten en ben je geen micro-onderneming, laat dan toetsen of je verkoopsite eronder valt.
Wat is een micro-onderneming?
Volgens de uitleg van de Rijksoverheid een bedrijf met minder dan 10 medewerkers en een jaaromzet van maximaal 2 miljoen euro. Die zijn uitgezonderd van de toegankelijkheidseisen voor diensten uit de richtlijn.
Moeten we WCAG 2.1 of 2.2 aanhouden?
Voor overheidsorganisaties is WCAG 2.1 op niveau A en AA het wettelijk kader. WCAG 2.2 bouwt daarop voort: volgens het W3C voldoet inhoud die aan 2.2 voldoet ook aan 2.1. Wie nu bouwt, kan dus het best 2.2 als richtlijn nemen.
Bronnen
- W3C, Web Content Accessibility Guidelines (WCAG) 2.2 www.w3.org
- Digitoegankelijk, veelgestelde vragen www.digitoegankelijk.nl
- Digitoegankelijk, voor wie is het verplicht? www.digitoegankelijk.nl
- Rijksoverheid, producten en diensten toegankelijker voor mensen met een beperking www.rijksoverheid.nl
- Ondernemersplein (KVK), regels voor digitale toegankelijkheid van producten en diensten ondernemersplein.kvk.nl