Virtueel klassikaal is geen zaaldag op afstand
Live online trainen vraagt een ander draaiboek, andere blokduur en een tweede persoon achter de knoppen. Wat je concreet aanpast.

De goedkoopste manier om online aanbod te hebben is je bestaande dag live online geven. Geen opnames, geen platform, geen herontwerp. Precies daarom gaat het zo vaak mis: het lijkt op hetzelfde en het is het niet.
Wat er wegvalt
In een zaal ziet de trainer in één oogopslag wie is afgehaakt. Hij loopt langs tafels, hoort gemompel, pakt de energie op na de lunch. Online is dat weg. Wat overblijft is een raster met gezichten of, na een uur, een raster met initialen.
Wat ook wegvalt is de vanzelfsprekendheid van meedoen. In de zaal is niets doen zichtbaar. Thuis kun je meeluisteren terwijl je je mail leest en je hoeft daar niemand voor te bedriegen. De opdrachtgever weet dat. Dat is de reden dat hij vraagt hoe je aandacht vasthoudt. Wat je daar precies op antwoordt staat in wat opdrachtgevers vragen bij online leren.
Wat je aanpast in het draaiboek
Kortere blokken. Niet één dag maar drie of vier sessies van anderhalf tot twee uur, met een pauze halverwege. Meer dan twee uur achter elkaar levert weinig op.
Elke tien minuten iets van de deelnemer. Een vraag, een stemming, iets typen in de chat, een opdracht in een klein groepje. Niet als opwarmertje maar als constructie: een deelnemer die weet dat hij zo iets moet doen, blijft aangehaakt.
Kleinere groepen. Wat in de zaal met achttien mensen kon, loopt online vast. Bij ongeveer twaalf houdt het op als je echt wilt oefenen.
Minder inhoud. Er past minder in dan je gewend bent. Wie de zaaldag één op één overzet, komt tijd tekort en gaat versnellen, precies op het moment dat de aandacht al wegzakt.
Materiaal vooraf. Wat gelezen kan worden, laat je lezen. Online voorlezen wat ook op papier had gekund is de duurste vorm van tijdverspilling in dit medium.
De tweede persoon achter de knoppen
Bij sessies met meer dan een handvol deelnemers is een tweede persoon geen luxe. Iemand die de chat leest, deelnemers die eruit vallen opvangt, groepjes indeelt en de tijd bewaakt. De trainer kan dan trainen.
Voor bureaus is dat een concrete kostenpost en tegelijk een kans. Het is werk dat een junior of een medewerker van de organisatie kan doen, wat het instapwerk oplevert dat in dit vak schaars is. Reken die uren mee in je kostprijs, zie terugverdienen per uitvoering.
Techniek: houd het saai
Kies één omgeving en leer die goed kennen, in plaats van bij elke opdracht mee te gaan met wat de klant gebruikt. Dat laatste klinkt klantvriendelijk en levert trainers op die tien minuten kwijt zijn aan het zoeken van de knop voor groepjes.
Spreek daarnaast vaste afspraken af die in elk draaiboek staan: een kwartier voor aanvang open, camera aan tenzij er een reden is, een telefoonnummer voor wie er niet in komt en een vaste manier waarop deelnemers hun materiaal krijgen. Wat er misgaat is bijna altijd hetzelfde en dus vooraf op te lossen.
Wat de opdrachtgever hiervan merkt
Twee dingen. Ze wijzen in verschillende richtingen. Positief: zijn mensen zijn niet een hele dag weg en er zijn geen reiskosten. Negatief: hij vermoedt dat het minder oplevert dan de zaal. Dat vermoeden verdwijnt niet met een folder.
Wat helpt is concreet zijn over de vorm. Dus niet "de training wordt online gegeven", maar: vier sessies van twee uur, groepen van maximaal twaalf, met een opdracht tussen elke sessie en een terugkoppeling per deelnemer. Dan koopt hij iets herkenbaars in plaats van een afgeslankte versie. Hoe je dat in een voorstel zet staat in digitaal aanbod in je offerte.
Wanneer je het niet moet doen
Virtueel klassikaal is de verkeerde keuze als een blok het van fysieke nabijheid moet hebben, of als het materiaal per opdrachtgever ingrijpend verschilt en er live veel geïmproviseerd wordt met veel deelnemers tegelijk. Voor het eerste geval is de zaal er, zie wat je beter in de zaal houdt.
Het is juist de goede keuze voor kennisblokken met discussie, voor teams die verspreid zitten, voor korte verdieping en voor terugkomsessies waar een hele reisdag niet in verhouding staat tot een uur inhoud.
Verder lezen
-
01
Hybride werkvormen die in de praktijk werken
Acht werkvormen waarin online en zaal elkaar versterken, met per vorm wat de trainer moet doen en waar het misgaat.
-
02
Een bestaande training ombouwen in zes stappen
Van draaiboek naar programma met online onderdelen: de volgorde die werkt, wie je erbij nodig hebt en waar de meeste bureaus vastlopen.
-
03
Welk deel van je aanbod leent zich voor digitaal
De vraag of een training online kan is te grof gesteld. Beoordeel per blok, niet per training en gebruik zes punten die je in een halfuur langsloopt.